Video: Verkeersvlieger

Het beroep van een piloot kent enkele specialisaties, zoals ‘kleine luchtvaart’ met sportvliegtuigen en zweefvliegtuigen, luchtmacht of marine. Als verkeersvlieger werk je bij een luchtvaartmaatschappij en bestuur je verkeersvliegtuigen met passagiers en vracht aan boord.
Het vliegen zelf gebeurt volgens nauwgezette instructies, procedures en aanwijzingen. Om de vlucht veilig en efficiënt te kunnen uitvoeren heb je allerlei verschillende gegevens nodig. Alle details over de reisopdracht, informatie over het weer en een lijst van de aanwezige bemanning staan in het vluchtplan genoteerd. Dit neem je samen met een co-piloot aandachtig door. Je overlegt ook wie er gaat vliegen en wie het radiocontact met de verkeersleiders en andere vliegtuigen gaat onderhouden. Voor, tijdens en na de vlucht controleer je samen met de co-piloot de instrumenten, systemen en verschillende apparatuur in de cockpit. Na de landing schrijf je een rapport over de vlucht in het logboek.

Je komt als verkeersvlieger in verre landen en ziet veel van de wereld. Maar er staat wel tegenover dat jij je aan de wisselende werktijden moet aanpassen en vaak in het weekend en op feestdagen werkt. Het vliegen vraagt om een grote fysieke inspanning en je krijgt bovendien met jet-lags te maken. Je moet dus in uitstekende conditie verkeren om je het droomberoep bij uitstek eigen te maken.
Wil je de hele wereld rondvliegen en laat je je niet door de zware werkomstandigheden en de grote verantwoordelijkheid afschrikken? Dan is dit beroep misschien wel iets voor jou!